Soc. Wetgeving voor zelfstandigen


1. Wie is onderworpen ?

Zelfstandigen
Dit zijn alle personen die een beroepsactiviteit uitoefenen waarmee hij/zij een inkomen verwerven, maar die toch niet gebonden zijn door een arbeidscontract of door een statuut (bvb ambtenaar).

Vrije beroepen
Beoefenaars van vrije beroepen zijn meestal ingeschreven bij een Orde, en onderworpen aan deontologische voorschriften.

Zelfstandige helpers
Helpen, vervangen of staan een zelfstandige bij in de uitoefening van zijn beroep, zonder gebonden te zijn door een arbeidscontract.

Zaakvoerders / Bestuurders / Vennoten / Bedrijfsleiders
Zij worden onderworpen, zelfs indien het mandaat kosteloos is. De stille vennoot is echter niet verplicht om aan te sluiten.

De aansluiting moet plaatsvinden binnen de 90 dagen na aanvang van de zelfstandige activiteit.

 


2. Hoofdberoep of bijberoep
Een zelfstandige in hoofdberoep is hoofdzakelijk zelfstandige of helper en hierdoor bijdrageplichtig. Hij betaalt altijd een minimumbijdrage waardoor hij verzekerd is in de sociale zekerheid.

Een zelfstandige in bijberoep heeft naast zijn zelfstandige activiteit een hoofdzakelijke activiteit als werknemer, ambtenaar of in het onderwijs. Deze activiteit zal steeds minimaal 50% bedragen van de activiteit van een persoon die full-time werkt. Een zelfstandige in bijberoep is sociaal verzekerd via zijn andere beroepsactiviteit en betaalt een bijdrage in verhouding tot zijn inkomen.

 


3. Bijdragen
De sociale zekerheidsbijdrage wordt berekend aan de hand van het inkomen dat men verdient met de zelfstandige beroepsactiviteit. Zelfstandigen betalen de eerste 3 jaar een voorlopige bijdrage. (zie tabel voorlopige bijdragen). Nadien wordt ze opgewaardeerd tot het niveau van het bijdragejaar (die is het derde jaar dat voorafgaat aan het inkomstenjaar).

De bijdrage bestaat uit een vast percentage (22% of 14,16%) en de administratiekosten (een percentage van de bijdrage) van het sociaal verzekeringsfonds.

 

Voorlopige minimum-bijdragen vanaf 1/1/2011 

Hoofdberoep Sociale bijdrage
Eerste jaar 624,48 €
Tweede jaar 639,71 €
Derde jaar 654,94 €


Bijdragen hoofdberoep en bijberoep

Klik hier voor een overzicht van alle bijdragen


4. Uitkeringen
strong>Pensioen
Het minimum rustpensioen ingeval van een volledige loopbaan als zelfstandige bedraagt:
– gezinspensioen: 12.982,88 € per jaar
– alleenstaande: 9.768,11 € per jaar

Ziekte- en invaliditeitsverzekering
Zelfstandigen hebben recht op de terugbetaling van de ziekte- en medische kosten “grote en kleine risico’s”, bv een opname in het ziekenhuis, doktersbezoek, …. Ook verkrijgt men deze uitkering in geval van arbeidsongeschiktheid. Voor een gezinshoofd bedraagt deze uitkering (vanaf de tweede maand) 41,61 € per dag.

Moederschapsvergoeding
De uitkering is een vorm van gewaarborgd inkomen ingevolge inactiviteit gedurende de periode rond de bevalling. De uitkering bedraagt 2.124,36 € per maand bij een enkelvoudige bevalling en 2.478,42 € per maand bij een meervoudige bevalling. Per extra week rust wordt 354,06 € uitgekeerd.

Gezinsbijslagen
Wanneer één ouder de sociale bijdragen als zelfstandige in hoofdberoep betaalt en de andere ouder geen loontrekkende activiteit heeft of minder dan een halftijdse loontrekkende activiteit presteert, opent dit steeds rechten op de gezinsbijslagen in de regeling van de zelfstandigen. Zo bedraagt bvb het kraamgeld voor een eerste kind 1.086,11 €. De kinderbijslag bedraagt 71,19 € voor een eerste kind, 148,34 € voor een tweede en 221,47 € voor het derde en de volgende kinderen.

Uitkering bij faillissement
Een zelfstandige in hoofdberoep is verzekerd in geval van faillissement. Een gezinshoofd zal 888,78 € ontvangen, een alleenstaande ontvangt 740,65 €. Deze regeling zou binnenkort herzien worden.

 


5. Schijnzelfstandigheid
Schijnzelfstandigen zijn diegenen die volgens de RSZ-administratie niet als zelfstandigen kunnen beschouwd worden, omdat ze eigenlijk ondergeschikt zijn aan hun opdrachtgever en men op deze wijze de hogere sociale bijdragen die van toepassing zijn op loontrekkenden, te ontwijken.

 


6. Vennootschappen
Ook vennootschappen zijn sinds 1992 onderworpen aan sociale bijdragen. Binnen de 3 maand na oprichting dient elke vennootschap zich daartoe aan te sluiten bij een erkend sociaal-verzekeringsfonds. De jaarlijkse bijdrage is een vast bedrag. Voor het jaar 2011 bedraagt de bijdrage 347,50 €. Indien het balanstotaal van de vennootschap echter groter is dan 532.022,59 € dan bedraagt de bijdrage 852,50 €.

Vennootschappen kunnen gedurende drie jaar een vrijstelling bekomen van sociale bijdragen. Het moet gaan om een personenvennootschap (BVBA, GCV) die ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen (burgerlijke vennootschappen komen niet in aanmerking) waarvan de meerderheid van de zaakvoerders in de 10 jaren die aan de oprichting van de vennootschap voorafgaan gedurende maximum 3 jaar onderworpen waren aan het sociaal statuut van de zelfstandigen. De vrijstelling moet aangevraagd worden bij het erkend sociaal-verzekeringsfonds waar de vennootschap is aangesloten.

 


Disclaimer: Hoewel wij onze uiterste best doen om de informatie die op deze site verstrekt wordt zo volledig en accuraat mogelijk voor te stellen, wijzen wij elke aansprakelijkheid aangaande de inhoud af. De informatie die op deze site gegeven wordt, dient te worden beschouwd als de basis van waaruit een persoonlijk advies opgesteld moet worden.