Varia…


1. Beroep doen op een aannemer
Wie beroep doet op een aannemer die achterstallige schulden heeft bij de RSZ of bij de fiscus, dient bij elke betaling aan die aannemer 35% van het bedrag exclusief BTW in te houden en door te storten aan de RSZ-administratie of ontvanger der belastingen. Men noemt dit de inhoudingsplicht. Indien blijkt dat een aannemer bij het afsluiten van het contract fiscale schulden had, dan ben je aansprakelijk voor die schulden (maw. de prijs van de werken kan tot 200% oplopen van de overeengekomen aannemingssom). Bij elke betaling aan die aannemer zou je eveneens moeten nagaan of er op dat ogenblik fiscale schulden zijn. Indien dit zo is, riskeer je daarvoor een boete op te lopen !

Meer info hierover vindt u op deze website.

Nagaan of een aannemer sociale schulden heeft kan via deze website
Nagaan of een aannemer fiscale schulden heeft kan via deze website


2. Misbruik van vennootschapsgoederen
Sinds januari 1998 is een maatregel van kracht die bepaalt dat als een bestuurder of zaakvoerder van een vennootschap of VZW voor (in)directe persoonlijke doeleinden gebruik maakt van goederen of het krediet van de vennootschap en dit op betekenisvolle wijze in het nadeel van de vennootschap is gestraft wordt met een gevangenisstraf van 1 maand tot 5 jaar en een geldboete van 2,50 € tot 12.394,68 €.

Enkele voorbeelden van misbruiken zijn:
– een opname van fondsen van de vennootschap voor privé-doeleinden (toename van het debetsaldo van de rekening-courant);
– privé-reizen gefactureerd aan de vennootschap; – de auto die door uw kinderen gebruikt wordt inschrijven op naam van de vennootschap;
– de vennootschap buitensporig dure inrichtingswerken laten betalen in de woning die eigendom is van de zaakvoerder/bestuurder;
– de vennootschap borg laten staan voor een privé-lening;
– bij het afsluiten van een overeenkomst niet de best mogelijke voorwaarden voor de vennootschap bedingen om zodoende een persoonlijk voordeel te bekomen.

Hoe streng deze bepaling in de praktijk zal toegepast worden is nog niet duidelijk, doch het staat vast dat nog meer dan in het verleden een juiste afbakening zal moeten gemaakt worden tussen privé-goederen en goederen van de vennootschap. Meer dan ooit zullen contractuele bepalingen tussen mandatarissen en de vennootschap strikt moeten nageleefd worden (bvb. de huur betalen zoals dat contractueel voorzien is (maandelijks, per kwartaal, enz.), de netto-wedde correct overschrijven, enz.).

Voor een aantal beslissingen (weddeverhogingen, toekennen van bepaalde voordelen aan uzelf, enz.) zal het nog meer dan vroeger aangewezen zijn om vooraf een machtiging van de Algemene Vergadering te krijgen, zelfs als u zowel zaakvoerder als de enige aandeelhouder bent. Naar de boekhouding toe is het dan ook aangewezen op alle aankoopfacturen duidelijk te noteren welke uitgaven niet beroepsmatig zijn ! Het is immers soms moeilijk uit te maken in welke mate uitgaven wèl of niet beroepsmatig zijn. Zonder aanduiding zullen wij er van uit gaan dat de uitgave integraal beroepsmatig is. Indien u nu en dan bepaalde privé-uitgaven via de vennootschap betaalt (kijk- en luistergeld, privé-aankopen bij bvb. Makro, privé-uitgaven betalen via de betaalkaart van de vennootschap, enz.) raden wij u aan om op voorhand een privé-storting aan de vennootschap te verrichten. Op die manier kan o.i. vermeden worden dat deze aankopen als strafbare feiten beschouwd worden.


3. Terbeschikkingstelling van personeel
Men spreekt van een “terbeschikkingstelling van personeel” wanneer personeel aan een collega-werkgever wordt uitgeleend of gedetacheerd.

Dit is principieel verboden: enkel erkende uitzendkantoren mogen personeel in dienst nemen om terbeschikking te stellen aan andere werkgevers.

De wet voorziet echter wel een afwijking op dit principieel verbod: “In afwijking van het principieel verbod kan een werkgever, naast zijn gewone activiteiten, zijn vaste werknemers voor een beperkte tijd terbeschikking stellen van een gebruiker als hij hiertoe vooraf toestemming heeft gekregen van de bevoegde Sociaal Inspecteur.”

Terbeschikkingstelling met gezagsdelegatie kan dus slechts voor een beperkte tijd én mag niet tot de gewone activiteiten van de onderneming behoren. Deze twee voorwaarden moeten gelijktijdig vervuld zijn. Rechtmatige terbeschikkingstelling vereist een driepartijenovereenkomst waarin de voorwaarden en duur van de terbeschikkingstelling overeengekomen worden tussen de werkgever, werknemer en gebruiker.

Strafrechtelijke sancties kunnen worden toegepast zowel voor de uitlenende werkgever als de ontlenende gebruiker, met name zowel een gevangenisstraf of een geldboete van 128,90 € tot 2.478,94 € vermenigvuldigd met het aantal onrechtmatig ontleende werknemers zonder dat het totale bedrag van de boete meer dan 247.893,52 € mag bedragen.


Disclaimer: Hoewel wij onze uiterste best doen om de informatie die op deze site verstrekt wordt zo volledig en accuraat mogelijk voor te stellen, wijzen wij elke aansprakelijkheid aangaande de inhoud af. De informatie die op deze site gegeven wordt, dient te worden beschouwd als de basis van waaruit een persoonlijk advies opgesteld moet worden.